Begrippen
Uitleg in gewone taal — voor wie niet dagelijks met paarden werkt
De Graas-Baas-tool gebruikt vakjargon dat in onderzoek en bij dierenartsen normaal is, maar voor de gewone paardenliefhebber soms verwarrend. Hieronder de belangrijkste termen, in gewone-mensen-taal.
Paardprofiel
De tool kent drie risiconiveaus. De keuze beïnvloedt vanaf welk WSC%-niveau de barometer geel/oranje/rood toont.
| Keuze | Voor | Veilig | Let op | Risico | Vermijd |
|---|---|---|---|---|---|
| Gezond | Paard zonder laminitis-historie, normaalgewicht | <12% | 12–18% | 18–22% | >22% |
| Verhoogd risico | Overgewicht, oudere pony, geen ID-test gedaan (default) | <8% | 8–12% | 12–18% | >18% |
| EMS / laminitis | Bevestigd ID of laminitis-historie. Strakste drempels (ECEIM 2019) | <6% | 6–10% | 10–14% | >14% |
Grashoogte
| Keuze | Hoogte | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Kort | < 5 cm | Net gemaaid of overbegraasd. Hogere fructaan-concentratie per gram door pseudostengel-effect. |
| Middel | 5–10 cm | Normaal beheerd, klaar voor begrazing. |
| Hoog | > 10 cm | Lang gras, kandidaat voor maaien of inkorten via begrazing. |
Vuistregel: leg je hand plat op de zode. Knokkels = ~5 cm, vingers gestrekt = ~10 cm.
Grastype
Zeven opties, gerangschikt van hoog naar laag risico:
| Type | Risico | Herkennen |
|---|---|---|
| Engels raaigras (standaard) | Hoog | Glanzend donker, gestreepte bladbasis. Meest in cultuurland. |
| Engels raaigras — high-sugar (Aber) | Hoogst | Gefokt voor melkvee. Etiket of zaakzeker. |
| Italiaans raaigras | Hoog | Snel, kort levend, breed blad. |
| Kropaar | Matig | Bossig groeipatroon, ruwe textuur. |
| Timothee | Matig-laag | Smal blad, zaadaar lijkt op kattenstaart. |
| Beemdlangbloem | Laag | Mat-groen, fijn blad, langs slootkanten. |
| Kruidenrijk / klaver-mix | Laagst | Veel verschillende plantjes, klaver, weegbree, paardenbloem. |
- Vooral één soort grasspriet zonder kruiden → Engels raaigras
- Mengsel met klaver, witte bloemetjes, brede paardenbloem-bladeren → Kruidenrijk
- Twijfel → vraag bij weide-eigenaar of zaadleverancier het zaaiplaatje
Klaver-aandeel: 5–10% klaver in de mix is goed (natuurlijke stikstof). Boven 15% wordt het eiwit te hoog en de zoetheid problematisch voor EMS-paarden.
Groeistadium
| Keuze | Betekenis | Fructaan |
|---|---|---|
| Hergroei (0–14 d) | Direct na maaien of zware begrazing. Plant teert in op stoppel-reserves. | Laag |
| Volgroeid | Bladmassa volledig hersteld, plant in volle fotosynthese. Standaard situatie. | Normaal |
| In bloei / stengel | Gras schiet, aren of zaden komen door (eind mei–juli). | Lager (energie naar cellulose) |
Een paard dat continu op de weide staat houdt het gras automatisch op 3–7 cm. De plant zit in een soort permanente hergroei-staat: geen tijd om uit te groeien, dus geen fructaan-opbouw.
In dat geval: kies "Hergroei". Dit is doorgaans veiliger dan een uitgegroeide weide, omdat het continu-grazen fructaan-opbouw voorkomt.
Niet te verwarren met: "kort gemaaid". Hergroei kijkt naar de cyclus (waar zit de plant in zijn groei?), grashoogte kijkt naar de actuele lengte. Bij continu-begraasd: zowel "Kort" (grashoogte) als "Hergroei" (groeistadium).
Bemesting
| Keuze | Betekenis |
|---|---|
| Niet recent | Geen N-bemesting in laatste 4 weken — of nooit bemest. Default voor de meeste hobby-paardenweides. |
| Recent N-bemest (< 4 wkn) | Stikstof toegevoegd via dierlijke mest, compost (met hoog N-gehalte) of kunstmest in de laatste maand. |
Wetenschappelijk effect: N-bemesting verlaagt fructaan tijdens actieve groei (groei verbruikt suiker). Maar tijdens koude/droogte verhoogt N-bemesting fructaan juist (groei stagneert, suiker stapelt op). Daarom is timing belangrijker dan hoeveelheid.
Voor uitgebreid advies over bemesting zie de bemestingspagina.
"Mijn weide blijft kort"
Een gebruiker vroeg: "Ons gras is een paardenmengsel met kruiden en klaver. Het wordt niet hoog. Komt dit doordat het onvoldoende kans krijgt om te groeien, of door het mengsel?"
Meestal door begrazing. Een paard dat dagelijks graast houdt het gras structureel op 3–7 cm. Het is een feedback-loop: gras groeit een paar mm, paard eet het, gras blijft kort.
Soms wel mengsel-afhankelijk:
- Pure raaigras kan tot 30–50 cm worden als er niet begraasd wordt
- Beemdlangbloem en timothee groeien sowieso minder snel
- Kruidenrijk grasland met laag-groeiende soorten (witte klaver, weegbree, paardenbloem) blijft natuurlijker laag
Wat dit voor de tool betekent:
| Instelling | Wat te kiezen |
|---|---|
| Grashoogte | Kort (<5 cm) of Middel (5–10 cm), wat klopt vandaag |
| Groeistadium | Hergroei — gras zit in continue hergroei-cyclus |
| Grastype | Kruidenrijk grasland / klaver-mix — als er duidelijk kruiden en klaver tussen zitten |
| Paardprofiel | Volgens jouw paard, zoals altijd |
- Continu-grazen voorkomt fructaan-opbouw (plant in permanente hergroei)
- Kruiden verdunnen de raaigras-fractie (lager NSC per gram)
- Klaver levert natuurlijke stikstof "on demand"
Droge stof DM
Vers gras bestaat voor ongeveer 80% uit water. De rest — die 20% — is de droge stof: vezels, eiwitten, suikers, mineralen. Dat noemen we "DM" (van het Engelse Dry Matter).
Hooi is bijna helemaal droog (~85% DM), vers gras juist erg nat (~20% DM). Door alles op DM-basis uit te drukken kun je hooi en vers gras eerlijk vergelijken.
| Voeder | Water | Droge stof |
|---|---|---|
| Vers gras | ~80% | ~20% |
| Voordroog (baleage) | ~50% | ~50% |
| Hooi | ~15% | ~85% |
| Stro | ~10% | ~90% |
WSC Water Soluble Carbs
WSC staat voor Water Soluble Carbohydrates — water-oplosbare koolhydraten. Het is een verzamelnaam voor alle suikers in gras die snel in het lichaam vrijkomen. Twee delen:
- Simple sugars (ESC) — gewone "directe" suikers zoals sucrose, glucose, fructose. Geven snelle insuline-piek.
- Fructaan — een keten-suiker, langere ketens. Wordt verteerd in de dikke darm.
WSC = ESC + fructaan.
De Graas-Baas-barometer toont WSC%. Dat is het meest gebruikte praktijkgetal voor laminitis-risico-inschatting.
NSC Non-Structural Carbs
NSC is iets breder dan WSC. Het bevat alle suikers die snel beschikbaar komen: de WSC plus zetmeel. Voor gras maakt het verschil weinig uit (gras heeft amper zetmeel), maar voor granen, brokken en sommige hooien wel.
NSC = WSC + zetmeel.
De drempel die ECEIM (Europese consensus 2019) noemt voor risico-paarden — <10% NSC over het hele rantsoen — gebruikt deze definitie.
Fructaan
Fructaan is geen "gewone" suiker — het zijn ketens van fructose, vergelijkbaar met hoe zetmeel ketens van glucose zijn. Gras maakt fructaan aan tijdens overdag (fotosynthese) en gebruikt het 's nachts of bij groei.
Wanneer gras meer suiker maakt dan het kan gebruiken voor groei — bv. bij kou + zon, droogte of vorst — stapelt fructaan zich op. Dat is precies wanneer paarden die gevoelig zijn risico lopen.
Bij paarden wordt fructaan in de dikke darm verteerd, waar het door bacteriën wordt afgebroken. Te veel ineens = verzuring van de dikke darm = mogelijke trigger voor hoefbevangenheid (laminitis).
Simple sugars ESC
ESC staat voor Ethanol Soluble Carbohydrates. Dit zijn de mono- en disacchariden: sucrose, glucose, fructose. Ze worden snel in de dunne darm opgenomen en geven een directe insuline-respons.
Voor EMS-paarden zijn juist deze simple sugars het meest problematisch — ze veroorzaken een acute insuline-piek, en hoge insuline-waardes zijn een directe trigger voor laminitis.
Hoe lees je de Graas-Baas-barometer?
De barometer toont één getal: het geschatte percentage WSC in de droge stof van het gras op jouw locatie, op dit moment.
| Wat je ziet | Wat het betekent |
|---|---|
| 16,8% WSC | 16,8 gram WSC per 100 gram droge stof |
| 📠Jouw locatie | Stad gekozen via GPS of zoekveld |
| Niveau-pil (kleur) | Risico voor jouw paardprofiel |
De drempels schuiven mee met het paardprofiel dat je kiest:
| Profiel | Veilig | Let op | Risico | Vermijd |
|---|---|---|---|---|
| Gezond | < 12% | 12–18% | 18–22% | > 22% |
| Verhoogd risico | < 8% | 8–12% | 12–18% | > 18% |
| EMS / laminitis | < 6% | 6–10% | 10–14% | > 14% |
Laminitis Hoefbevangenheid
Laminitis is een ontsteking van de lamellen in de hoef — de structuur die het hoefbeen aan de hoefwand vasthoudt. Bij ernstige laminitis kan het hoefbeen "kantelen" of doorzakken, met blijvende kreupelheid of zelfs euthanasie als gevolg.
De drie meest voorkomende oorzaken:
- Voedings-gerelateerd (overgewicht, te veel suiker/fructaan, te veel krachtvoer)
- Endocrien (EMS, PPID — hormonaal)
- Sepsis / overbelasting (na zware infectie of zware steun-belasting)
De Graas-Baas-tool richt zich op de voedings-gerelateerde route via fructaan/suiker in weidegras.
EMS / PPID / ID
EMS — Equine Metabolic Syndrome
Een soort "metabool syndroom" bij paarden. Kenmerken: overgewicht (vooral lokaal vet — hoge vetkam, vetkussen op staartwortel), insuline-resistentie, neiging tot laminitis. Vergelijkbaar met "pre-diabetes" bij mensen. Vooral pony's en sommige rassen (Welsh, Shetland, Friezen, IJslanders) zijn gevoelig.
PPID — Pituitary Pars Intermedia Dysfunction (vroeger "Cushing")
Een hormoon-stoornis bij oudere paarden (typisch >15 jaar). Kenmerken: lange ruige vacht die slecht ruit, verhoogde dorst en plassen, gevoeligheid voor laminitis. Behandeld met dagelijks medicijn (Pergolide).
ID — Insulin Dysregulation
Verzamelnaam voor verstoorde insuline-huishouding. Kan voorkomen bij EMS én PPID. Insuline-waardes blijven te lang te hoog na een maaltijd. Hoge insuline = directe trigger voor laminitis.
In de Graas-Baas-tool kies je een paardprofiel:
- Gezond — geen historie, normaal gewicht
- Verhoogd risico — overgewicht, oudere pony, niet-getest
- EMS / laminitis — bevestigd ID, of laminitis-historie. Strakste drempels (ECEIM 2019).
BCS Body Condition Score
De Henneke Body Condition Score geeft cijfers van 1 (uitgeputtelijk dun) tot 9 (extreem zwaarlijvig). Ideaal voor de meeste paarden:
| BCS | Conditie | EMS-risico |
|---|---|---|
| 1–3 | Te mager | Laag |
| 4–5 | Ideaal voor sport | Laag |
| 5–6 | Ideaal voor recreatie | Laag–matig |
| 7 | Zwaar | Verhoogd |
| 8–9 | Zwaarlijvig | Hoog |
BCS bepaal je door op zes plekken vetbedekking te voelen: ribben, schouder, hals (vetkam), staartwortel, lendenen, nierstreek.
Bronnen voor deze begrippen
Definities zijn afgeleid uit:
- Durham et al. 2019 — ECEIM consensus statement on equine metabolic syndrome (laminitis-drempels)
- Frank & Tadros 2014 — Insulin dysregulation definitie
- Hoffman et al. 2001 — Hydrolyzable carbohydrates in pasture (WSC/ESC/fructaan-onderscheid)
- Henneke 1983 — Body Condition Score voor paard
- Equi-Analytical Laboratories — labrapportage-conventies (DM-basis)
Voor diepere onderbouwing zie de onderbouwingspagina met 43 wetenschappelijke studies.